Opleiding huisarts

Personeelsinformatie

Artikel 11: Buitengewoon verlof

 

Klik hier voor de tekst van het bijbehorende cao artikel 11 van deel A>

Graad van bloedverwantschap

Bij de regelingen voor buitengewoon verlof wordt in de CAO gesproken over de graad van bloed- en aanverwantschap.

De definitie daarvan is als volgt: 'Bloedverwanten zijn al degenen met wie betrokkene een gemeenschappelijke stamvader of -moeder heeft of die van betrokkene zelf afstammen. Aanverwanten zijn alle personen die getrouwd zijn met een bloedverwant van betrokkene en alle personen die een bloedverwant zijn van de partner van betrokkene'.

 

Hieronder staat een tabel waarin de graden van bloed- en aanverwantschap verder zijn uitgewerkt.

 

Graad

Bloedverwantschap

Aanverwantschap

1e graad   

  • jouw ouders
  • jouw kinderen
     
  • ouders van jouw partner
  • kinderen van jouw partner
2e graad
  • jouw grootouders
  • jouw kleinkinderen
  • jouw broers en zussen
     
  • grootouders van jouw partner
  • kleinkinderen van jouw partner
  • broers en zussen van jouw partner
3e graad
  • jouw overgrootouders
  • jouw achterkleinkinderen
  • jouw neef en nicht (de kinderen van jouw broers en zussen)
  • jouw ooms en tantes (de broers en zussen van jouw ouders)
     
  • overgrootouders van jouw partner
  • achterkleinkinderen van jouw partner
  • neef en nicht van jouw partner (de kinderen van de broers en zussen van jouw partner)
  • ooms en tantes van jouw partner (de broers en zussen van de ouders van jouw partner) 
     
4e graad
  • jouw betovergrootouders
  • jouw achterneef en achternicht (de kleinkinderen van jouw broers en zussen)
  • jouw neef en nicht (de kinderen van de broers en zussen van jouw ouders)
  • jouw oudooms en oudtantes (de ooms en tantes van jouw ouders)
  • betovergrootouders van jouw partner
  • achterneef en achternicht van jouw partner (de kleinkinderen van de broers en zussen van jouw partner)
  • neef en nicht van jouw partner (de kinderen van de broers en zussen van de ouders van jouw partner)
  • oudooms en oudtantes van jouw partner (de ooms en tantes van de ouders van jouw partner)

 

Wettelijke verlofregelingen

Naast de in het cao artikel A-11 beschreven situaties zijn er ook in de wet verschillende verlofregelingen geregeld, waaronder calamiteiten- en ander kort verzuimverlof en zorgverlof.

 

  • Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

Je hebt recht op calamiteiten- en ander kort verzuimverlof als er sprake is van 'onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van de arbeid vergen'. Het gaat dan om acute noodsituaties, waarbij je direct actie moet ondernemen.

Voorbeelden hiervan zijn: een kind dat plotseling ziek wordt en er moet een oppas geregeld worden of de waterleiding thuis is gesprongen en er moet direct een loodgieter langskomen.

Ook heb je recht op calamiteiten- en ander kort verzuimverlof bij 'zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden'. Hieronder vallen in elk geval de volgende situaties:

  • Noodzakelijke verzorging op de 1e ziektedag van een partner, ouder of kind (Na de 1e ziektedag kan voor de verdere verzorging kortdurend zorgverlof worden opgenomen.)
  • Spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijs niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek. Dit geldt zowel voor jouzelf, als voor de begeleiding van een partner, ouder of kind. (Er is ook recht op verlof in verband met het ondergaan van een vruchtbaarheidsbehandeling).
  • De bevalling van de echtgenote, geregistreerde partner of samenwonende.
  • Het overlijden en de lijkbezorging van een huisgenoot of bloed- en aanverwant in de 1e en 2e graad.

Bij calamiteiten- en ander kort verzuimverlof gaat het altijd om een beperkte tijd, van een paar uur of hooguit enkele dagen. De duur van het verlof moet in verhouding staan tot de aard van het noodgeval en de privé-verplichtingen die dat met zich meebrengt. Wanneer je gebruik maakt van enkele uren calamiteiten- en ander kort verzuimverlof breng je jouw opleider hiervan op de hoogte. Wanneer je een dag of langer gebruik maakt van het calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, dan meld je dit bij de SBOH. Ook informeer je dan  het opleidingsinstituut en de opleider daarover. Wanneer je ook aan de voorwaarden voor kortdurend zorgverlof voldoet, eindigt het calamiteiten- en ander kort verzuimverlof na één dag en gaat het over in kortdurend zorgverlof.

 

  • Kortdurend zorgverlof

Kortdurend zorgverlof kan worden opgenomen als je moet zorgen voor een ziek kind, zieke partner, zieke ouder of andere familieleden. Ook kan kortdurend zorgverlof worden opgenomen als je moet zorgen voor anderen in de sociale omgeving (bijvoorbeeld huisgenoot, buurvrouw of vriend/in).
Bij het opnemen van zorgverlof moet het gaan om noodzakelijke zorg: iemand anders kan de verzorging niet op zich nemen en de zorg is medisch noodzakelijk en onvermijdelijk.
Het aantal uren zorgverlof per 12 maanden is twee keer het aantal uren van uw werkweek. Wanneer je fulltime werkt heb je dus recht op 76 uur zorgverlof (9,5 dag bij een 8-urige werkdag). De zorgverlofdagen hoeven niet aaneengesloten opgenomen te worden.
Tijdens het kortdurend zorgverlof betaalt de SBOH 70% van het salaris door. Voor het opnemen van zorgverlof heb je toestemming van de SBOH nodig, waarna je het opleidingsinstituut en de opleider informeert.

  

  • Geboorteverlof

 Per 1 januari 2019 geldt een wettelijk geboorteverlof. Dit geboorteverlof is bedoeld voor de aios van wie de partner is bevallen. Het in de cao opgenomen buitengewoon verlof van 5 dagen dat de aios kan opnemen bij de bevalling van de echtgenote/partner is inclusief het wettelijk geboorteverlof. De aios die gebruik wil maken van het geboorteverlof (en dus ook van het buitengewoon verlof conform de cao) moet dit verlof binnen 4 weken vanaf de eerste dag na de bevalling opnemen. Het verlof kan ook verspreid binnen die 4 weken worden opgenomen. Bij de geboorte van een meerling heeft de aios ook recht op geboorteverlof/buitengewoon verlof van 5 dagen. Het is dus niet zo dat de aios bij bijvoorbeeld de geboorte van een tweeling twee keer 5 dagen geboorteverlof/buitengewoon verlof kan opnemen.

 

Meer informatie over deze en/of andere wettelijke verlofregelingen zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid.

 

Onbetaald verlof

Als je de opleiding wilt onderbreken, anders dan op grond van wettelijke regelingen zoals ouderschapsverlof en zorgverlof, dien je daarvoor een verzoek in te dienen bij het hoofd van het opleidingsinstituut. Als het hoofd toestemming geeft, legt het hoofd van het opleidingsinstituut het verzoek voor aan de RGS die het toetst aan de regelgeving.

Het onbetaalde verlof kun je minimaal twee maanden van te voren (niet eerder!) bij de SBOH aan te vragen door middel van het aanvraagformulier voor het opnemen van onbetaald verlof. Voordat je dit formulier naar de SBOH terugstuurt, dient ook het hoofd van het opleidingsinstituut het formulier voor akkoord te  ondertekenen. Alleen in heel bijzondere en onvoorziene omstandigheden kun je op gemaakte verlofafspraken terugkomen. Verlof dat wordt afgebroken, kun je later niet meer opnemen. Let op! Het opleidingsinstituut kan eigen en andere regels hebben voor de termijn waarbinnen een onderbreking van de opleiding bij het opleidingsinstituut moet worden aangevraagd. Kijk dus ook goed naar de regels die het opleidingsinstituut hieromtrent hanteert.

 

Tijdens het onbetaalde verlof blijft de arbeidsovereenkomst onveranderd in stand. De collectieve verzekeringen bij de MOVIR en VvAA lopen dus gewoon door. Als je tijdens het onbetaalde verlof werkzaamheden als arts gaat verrichten, zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekering bij de VvAA onvoldoende dekking bieden. Immers, je bent voor beroepsaansprakelijkheid bij de VvAA verzekerd vanwege jouw opleiding. De SBOH adviseert je dan ook contact met de VvAA op te nemen als je tijdens het onbetaalde verlof werkzaamheden als arts gaat verrichten. 

Volgens de Wet Onbetaald Verlof en Sociale Verzekeringen heeft het onbetaalde verlof geen gevolgen voor de sociale verzekeringswetten (ZW, WW, WIA) als het verlof niet langer duurt dan 18 maanden.

Omdat het pensioensalaris is gebaseerd op het bruto maandsalaris, wordt er tijdens het onbetaalde verlof geen  pensioenpremie betaald en dus geen pensioenrechten opgebouwd. Tijdens het onbetaalde verlof worden ook geen vakantierechten opgebouwd.