Opleiding huisarts

Personeelsinformatie

Artikel 13: Zwangerschap

 

Klik hier voor de tekst van het bijbehorende cao artikel 13 van deel A>

Algemeen

Je meldt jouw zwangerschap en de aanvang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet alleen aan de SBOH, maar ook aan het opleidingsinstituut en de opleider. Je stuurt het aanvraagformulier voor zwangerschapsverlof aan de SBOH. Op dit formulier geef je aan wat de vermoedelijke bevallingsdatum is en wanneer je het zwangerschapsverlof in wilt laten gaan. Je kunt het zwangerschapsverlof in laten gaan tussen zes en vier weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum. Aan de verloskundige vraag je om een zwangerschapsverklaring waarop de vermoedelijke bevallingsdatum staat vermeld. Deze datum vermeld je dan op het aanvraagformulier van de SBOH. Stuur de zwangerschapsverklaring van de verloskundige niet naar de SBOH.

 

Voor aanvang van het zwangerschapsverlof meldt de SBOH het verlof aan bij het UWV. Je ontvangt dan van UWV verdere informatie. Na de bevalling stuur je de SBOH een geboortekaartje of je informeert de SBOH tijdig op een andere manier over jouw bevallingsdatum. De SBOH informeert jou en het opleidingsinstituut daarna over de einddatum van het verlof. UWV bepaalt zelfstandig aan de hand van informatie uit de Gemeentelijke Basisadministratie hoe lang de bevallingsuitkering duurt. Het is dus niet nodig dat jij en/of de SBOH het UWV van de daadwerkelijke bevallingsdatum op de hoogte brengt.

 

Bewaarplicht zwangerschapsverklaring
Het is noodzakelijk dat je om een zwangerschapsverklaring bij de verloskundige vraagt waarop de vermoedelijke bevallingsdatum staat vermeld. Deze verklaring moet je bewaren tot 1 jaar na de einddatum van jouw zwangerschaps-/bevallingsverlof. In die periode kan UWV namelijk de verklaring bij jou opvragen.
De zwangerschapsverklaring stuur je niet aan de SBOH.

 

Meerling zwangerschap

Als je zwanger bent van een meerling kun je het verlof laten ingaan tussen de tien en acht weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum (de flexibiliseringsperiode). Als je ervoor kiest om het zwangerschapsverlof 10 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum te laten ingaan, dan duurt het verlof na de bevalling minimaal 10 weken.

 

Als je ervoor kiest om in de flexibiliseringsperiode door te werken (en dus tussen 10 en 8 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum met zwangerschapsverlof te gaan), dan worden de dagen die je doorwerkt opgeteld bij het bevallingsverlof.

Het totale verlof bij een meerling zwangerschap duurt altijd minimaal 20 weken.

 

Veilig werken tijdens zwangerschap
Zwangere aios zijn zich niet altijd bewust van de risico’s die zij lopen. Om hen zo goed mogelijk te informeren, heeft de SBOH informatie op haar website opgenomen. Lees hier alles over zwangerschap en risico's.

 

Arbeidsverbod tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
In de periode van 28 dagen voor de verwachte bevalling tot 42 dagen na de bevalling geldt een arbeidsverbod. Dit houdt in dat je in die periode geen werkzaamheden mag verrichten.

 

Zwangerschap en ziekte

  • Ziek voorafgaand aan de verlofperiode   
    Als je ziek bent als gevolg van de zwangerschap voorafgaand aan de verlofperiode, vraagt de SBOH voor jou een ziektewetuitkering bij UWV aan.  De uitkering wordt door UWV aan de SBOH betaald. Als je ziek wordt of nog steeds bent in de periode van 6 tot  4 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum (dit wordt de flexibiliseringsperiode genoemd), worden de ziektedagen tijdens de flexibiliseringsperiode afgetrokken van het zwangerschapsverlof van minimaal 16 weken. Het verlof eindigt dan mogelijk eerder dan vooraf was gepland. 

    Bij een meerling zwangerschap gelden ziektedagen tijdens de flexibilseringsperiode als zwangerschapsverlof. Deze ziektedagen worden niet opgeteld bij het bevallingsverlof, waardoor jouw verlof mogelijk eerder eindigt dan vooraf was gepland.

    Als de zwangerschap is geëindigd door een miskraam, abortus of vroeggeboorte in de eerste 24 weken van de zwangerschap en je je bij de SBOH hebt ziek gemeld, vraagt de SBOH voor jou een ziektewetuitkering bij UWV aan.  De uitkering wordt door UWV aan de SBOH betaald. Je krijgt geen zwangerschapsverlofuitkering.
    Als de zwangerschap na 24 weken is beëindigd door een vroeggeboorte of als de baby na 24 weken zwangerschap bij de bevalling is overleden, dan vraagt de SBOH bij UWV een zwangerschapsverlofuitkering aan. Deze uitkering duurt 16 weken en gaat in op de dag na de bevalling. 
    Nadat de SBOH een ziektewetuitkering bij UWV heeft aangevraagd, zal UWV je vragen een digitale vragenlijst in te vullen met vragen over jouw situatie. Je krijgt van UWV een brief met een link naar de vragenlijst en een inlogcode. Deze vragenlijst dien je binnen 3 werkdagen in te vullen.
 
  • Ziek tijdens de verlofperiode
    Als je ziek wordt tijdens de verlofperiode dan hoef je dit niet bij de SBOH te melden. De duur van de verlofperiode blijft bij ziekte tijdens de verlofperiode onveranderd.

  • Ziek na de verlofperiode en als gevolg van de zwangerschap of bevalling
    Als je aansluitend aan de verlofperiode ziek bent en de ziekte is het gevolg van de zwangerschap of bevalling, dan vraagt de SBOH voor jou een ziektewetuitkering aan bij UWV voor de ziekteperiode na het verlof. De uitkering wordt door UWV aan de SBOH betaald. Nadat de SBOH een ziektewetuitkering bij UWV heeft aangevraagd, zal UWV je vragen een digitale vragenlijst in te vullen met vragen over jouw situatie. Je krijgt van UWV een brief met een link naar de vragenlijst en een inlogcode. Deze vragenlijst dien je binnen 3 werkdagen in te vullen.

  • Ziek na de verlofperiode en niet als gevolg van de zwangerschap of bevalling
    Als je aansluitend aan de verlofperiode ziek bent en de ziekte heeft geen verband met de zwangerschap of bevalling dan kan de SBOH voor jou geen ziektewetuitkering bij UWV aanvragen.

 

Zowel bij ziekte voorafgaand aan de verlofperiode als bij ziekte na de verlofperiode is het verzuimprotocol van de SBOH van toepassing. Je dient je dus altijd bij de SBOH ziek te melden als je wegens ziekte niet in staat bent jouw werkzaamheden te verrichten. 

 

Verlenging verlof bij ziekenhuisopname van het kind na de geboorte
Als jouw kind bij de geboorte in het ziekenhuis wordt opgenomen, dan kun je in aanmerking komen voor een langer bevallingsverlof. Het bevallingsverlof kan maximaal 10 weken langer duren als jouw kind direct na de geboorte meer dan 7 dagen in het ziekenhuis moet blijven. UWV stelt de duur van de verlenging vast. De eerste 7 dagen van de opname tellen niet mee voor de verlenging van het bevallingsverlof. Als het bevallingsverlof langer duurt dan 70 dagen (10 weken) dan tellen de meerdere dagen niet mee. Dit kan het geval zijn als je ruim voor de vermoedelijke bevallingsdatum bevalt en je na de bevalling direct bevallingsverlof hebt en nog geen zwangerschapsverlof hebt genoten.


Je informeert de SBOH uiterlijk in de laatste 2 weken van het bevallingsverlof als jouw kind bij de geboorte langer dan 7 dagen in het ziekenhuis heeft moeten verblijven. Daarbij overleg je een verklaring van het ziekenhuis aan de SBOH. Je kunt daarvoor het formulier 'Begin- en einddatum ziekenhuisverblijf van het pasgeboren kind van uw werknemer' van het UWV gebruiken. Het ziekenhuis mag ook zelf een verklaring opstellen. Met de verklaring van het ziekenhuis kan de SBOH een aanvraag voor een langer bevallingsverlof bij UWV indienen. UWV berekent of je langer verlof krijgt, en zo ja, hoelang. Je krijgt hierover een brief van UWV.

 

Flexibel opnemen bevallingsverlof 

Na de bevalling heb je recht op minimaal 10 weken bevallingsverlof, waarvan minimaal 6 weken aaneengesloten na de bevalling moeten worden opgenomen. De rest van het verlof mag je in delen opnemen over een periode van maximaal 30 weken, te rekenen vanaf het moment dat je het verlof - na een aaneengesloten periode van minimaal 6 weken - opdeelt.

Zo kun je bijvoorbeeld - na de aaneengesloten verlofperiode van minimaal 6 weken - alvast weer een paar dagen per week gaan werken en de overige dagen als bevallingsverlof opnemen. Of eerst een aantal weken weer volledig werken en daarna de rest van het bevallingsverlof (in delen) opnemen.

Het verzoek om het bevallingsverlof flexibel op te nemen dien je uiterlijk 3 weken na de bevallingsdatum in bij de SBOH. Je stuurt dan een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en vermeldt daarbij de gewenste ingangsdatum en de wijze waarop je het verlof flexibel wil opnemen. De SBOH kan hier alleen mee akkoord gaan als het flexibel opnemen van het bevallingsverlof door het opleidingsinstituut te faciliteren is.

 

Borstvoeding
Je kunt na de geboorte van jouw kind gedurende negen maanden in werktijd borstvoeding geven of kolven. Je mag hiervoor maximaal een kwart van de werktijd gebruiken. De bedoeling is dat hiervoor een geschikte, afsluitbare ruimte beschikbaar gesteld wordt. Is dat niet mogelijk, dan krijg je de gelegenheid zelf een plek te regelen of naar de baby toe te gaan. Wij adviseren je om voor het verlof hierover al met de opleider afspraken te maken.

Het is de verantwoordelijkheid van het opleidingsinstituut om vast te stellen of de werktijd, waarin je borstvoeding geeft of kolft, als opleidingstijd kan worden meegeteld.

 

Ouderschapsverlof

Je heb het recht onbetaald ouderschapsverlof op te nemen als je een kind onder de acht jaar verzorgt. Je neemt het ouderschapsverlof op in goed overleg met de opleider en het opleidingsinstituut. Tijdens het ouderschapsverlof blijft de arbeidsovereenkomst onveranderd in stand.

De duur van het verlof is afhankelijk van het dienstverband. De regel is: arbeidsduur per week x 26 = aantal uren ouderschapsverlof. Bij een dienstverband van 38 uur heeft een aios recht op 38 x 26 = 988 uur ouderschapsverlof.

De collectieve verzekeringen bij de MOVIR en VvAA lopen tijdens het ouderschapsverlof gewoon door. Volgens de Wet Onbetaald Verlof en Sociale Verzekeringen heeft het ouderschapsverlof geen gevolgen voor de sociale verzekeringswetten (ZW, WW, WIA) als het verlof niet langer duurt dan 18 maanden. Omdat het ouderschapsverlof een onbetaald verlof is en het pensioensalaris is gebaseerd op het bruto maandsalaris, wordt er tijdens het ouderschapsverlof minder pensioenpremie betaald en dus minder pensioenrechten opgebouwd. Tijdens de ouderschapsverlofuren worden geen vakantierechten opgebouwd.

Ouderschapsverlof kun je twee maanden van te voren (niet eerder!) bij de SBOH aan te vragen door middel van het aanvraagformulier voor het opnemen van ouderschapsverlof.  Voordat je dit formulier naar de SBOH terugstuurt, dient eerst het hoofd van het opleidingsinstituut in te stemmen met het verzoek door middel van een handtekening op het aanvraagformulier. Alleen in heel bijzondere en onvoorziene omstandigheden kun je op gemaakte verlofafspraken terugkomen. Verlof dat wordt afgebroken, kun je later niet meer opnemen.

 

Zwangerschapsverlof bij einde dienstverband
Als de vermoedelijke bevallingsdatum ligt binnen een periode van 10 weken na einde van het dienstverband, heb je ook na het einde van het dienstverband recht op (voortzetting van) een uitkering op grond van de Wet Arbeid en Zorg. De SBOH informeert in deze situatie het UWV en verzoekt daarbij het UWV om (na het einde van het dienstverband) de uitkering rechtstreeks aan jou over te maken. Het is dus belangrijk dat je de SBOH hebt geïnformeerd over de vermoedelijke bevallingsdatum.

 

Als je binnen zes maanden na het einde van het dienstverband een Langlopende Beroeps-AOV bij Movir afsluit, dan wordt door Movir een zwangerschapsuitkering verleend gelijk aan het verzekerde dagbedrag met een maximum van € 137,- per dag. Hierbij geldt de voorwaarde dat de zwangerschap is ontstaan voor de ingangsdatum van de Langlopende Beroeps-AOV en dat de vermoedelijke bevallingsdatum na de ingangsdatum van de Langlopende Beroeps-AOV ligt. Per 1 januari 2022 wordt de zwangerschapsuitkering gemaximeerd op het dan geldende verzekerde dagbedrag op grond van de collectieve verzekering die de SBOH met Movir heeft afgesloten.