Opleiding specialist ouderengeneeskunde

Cao SBOH 2018-2019

Artikel 5: Onkostenvergoedingen

 

Klik hier voor de tekst van de bijbehorende personeelsinformatie >

1. Algemene onkostenvergoeding
De SBOH draagt bij in de kosten die de aios maakt ten behoeve van de opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten. De aios ontvangt maandelijks een netto onkostenvergoeding, zoals vermeld in bijlage D-1. Daarnaast is een persoonlijk budget beschikbaar voor kosten die de aios bij de SBOH kan declareren. De hoogte van het persoonlijk budget staat vermeld in bijlage D-1. Het budget dat gedurende het dienstverband niet aan onkosten ten behoeve van de opleiding is gedeclareerd, wordt bij het einde van het dienstverband bruto (d.w.z. onder inhouding van de verschuldigde loonheffing en premies) aan de aios uitbetaald.
Indien en voor zover een aios lid is van de LAD in combinatie met KNMG, alsmede VAAVG en NVAVG worden de contributiekosten voor deze lidmaatschappen van deze verenigingen(en) op declaratiebasis door de SBOH aan de desbetreffende vereniging(en) vergoed. Omdat de SBOH bij de vaststelling van de financiële ruimte voor de cao-onderhandelingen rekening moet kunnen houden met contributie-aanpassingen zullen de betreffende verenigingen op verzoek van cao-partijen een opgave moeten doen van de hoogte van de contributies voor de periode waarvoor de cao wordt gesloten.

 

2. Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer
Tezamen met de onder lid 1 genoemde vergoeding ontvangt de aios tegelijkertijd met de salarisbetaling een reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer. Betaling vindt plaats volgens de tabel in bijlage D-1. De reiskostenvergoeding wordt vastgesteld op grond van het aantal kilometers, zoals dat door de SBOH wordt vastgesteld op basis van de snelste route van het woonadres van de aios naar het adres van de opleidingsinstelling of stage-instelling waar de aios het praktische deel van de opleiding volgt. Indien de aios (tijdelijk) op een ander adres verblijft dat dichter bij het werkadres is, dient de aios dit aan de SBOH kenbaar te maken. De SBOH is dan gerechtigd de reiskostenvergoeding vast te stellen op basis van het (tijdelijke) verblijfsadres van de aios.

 

3. Reiskostenvergoeding theoretisch deel van de opleiding
Tezamen met de onder lid 1 genoemde vergoeding ontvangt de aios tegelijkertijd met de salarisbetaling een reiskostenvergoeding voor het volgen van het theoretische onderdeel van de opleiding, zoals vermeld in bijlage D-1. De reiskostenvergoeding wordt vastgesteld op grond van het aantal kilometers, zoals dat door de SBOH wordt vastgesteld op basis van de snelste route van het woonadres van de aios naar het adres van de door het opleidingsinstituut aangewezen locatie waar het theoretische deel van de opleiding gewoonlijk wordt verzorgd. Indien de aios (tijdelijk) op een ander adres verblijft dat dichter bij het werkadres is, dient de aios dit aan de SBOH kenbaar te maken. De SBOH is dan gerechtigd de reiskostenvergoeding vast te stellen op basis van het (tijdelijke) verblijfsadres van de aios.

 

4. Vergoeding dienstreizen
De aios die tijdens de opleidingsperiode binnen de opleidingsinstelling of de stage in een ggz-instelling in opdracht van de (stage-)opleider dienstreizen maakt, kan op basis van een door de (stage-)opleider geaccordeerde declaratie een vergoeding voor dienstreizen declareren bij de SBOH, zoals vermeld in bijlage D-1, waarvan het fiscaal vrijgestelde bedrag netto wordt uitbetaald. Onder dienstreizen wordt onder andere begrepen de gereden km in het kader van de bereikbaarheidsdiensten. Indien het noodzakelijk is tijdens stages dienstreizen te maken geldt hiervoor het vergoedingsbedrag per kilometer dat fiscaal is vrijgesteld, zoals vermeld in bijlage D-1.  

 

5. Verhuiskostenvergoeding

  1. De aios die op of na 1 juli 2018 bij de SBOH in dienst treedt en de aios die voor 1 juli 2018 bij de SBOH in dienst is getreden maar op of na 1 juli 2018 verhuist, ontvangt een verhuiskostenvergoeding, zoals vermeld in bijlage D-1, als de aios in verband met de opleiding verhuist om dichter bij de opleidingsinstelling òf het opleidingsinstituut te wonen. De volgende voorwaarden zijn daarbij van toepassing:
    - De reisafstand naar de opleidingsinstelling of het opleidingsinstituut was voor de verhuizing minimaal 25 kilometer enkele reis en wordt door de verhuizing met ten minsten 60% bekort.
    - De vergoedingsregeling is alleen van toepassing als de aios voor zijn/haar verhuizing in Nederland woonachtig was.
    - De verhuiskostenvergoeding wordt gedurende de opleiding maximaal twee keer uitgekeerd.
    - De aios verhuist om dichter bij de opleidingsinstelling te wonen
    Het gaat daarbij om de opleider van het specialisme waarvoor de aios in opleiding is, niet zijnde de stage-opleider. De verhuiskostenvergoeding wordt alleen toegekend als de aios verhuist nadat de opleider door het opleidingsinstituut is aangewezen èn de verhuizing uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang van de werkzaamheden bij de betreffende opleider heeft plaatsgevonden.
    - De aios verhuist om dichter bij het opleidingsinstituut te wonen
    Voor de bepaling van de reisafstand geldt de officiële opleidingslocatie. De verhuiskostenvergoeding wordt alleen toegekend als de aios verhuist nadat een opleidingsplaats bij een opleidingsinstituut is toegewezen èn de verhuizing uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang van het dienstverband heeft plaatsgevonden.
  2. Als de aios voor 1 juli 2018 bij de SBOH in dienst is getreden en de verhuizing voor
    1 juli 2018 heeft plaatsgevonden, wordt een verhuiskostenvergoeding toegekend aan de aios indien deze 25 kilometer van het werk woont, in verband met zijn opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten verhuist en daardoor de reisafstand tussen de woning en de plaats waar hij zijn praktische opleiding volgt met ten minste 60% bekort. De verhuiskostenvergoeding staat vermeld in bijlage D-1 en kan gedurende de opleiding maximaal twee keer worden uitgekeerd. De verhuiskostenvergoeding wordt toegekend indien de aios verhuist nadat door het opleidingsinstituut de (stage-)opleider is aangewezen.

 

6. Registratiekosten RGS
De SBOH betaalt de kosten van inschrijving in het opleidingsregister van de RGS.

 

7. Externe scholing en opleiding
Indien tijdens de opleiding de aios gehouden is in opdracht van het opleidingsinstituut externe scholing te volgen waaraan kosten verbonden zijn, komen de kosten van deze scholing volledig voor rekening van het opleidingsinstituut of van de SBOH.

 

8. Betaling vergoedingen bij ziekte of zwangerschaps-/bevallingsverlof

  1. Indien er sprake is van afwezigheid door ziekte worden de vergoedingen conform de leden 1, 2 en 3 doorbetaald gedurende de kalendermaand waarin de afwezigheid is aangevangen en de eerstvolgende kalendermaand. Daarna stopt de vergoeding indien de afwezigheid voortduurt. De vergoeding wordt hervat in de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de aios de werkzaamheden, al dan niet gedeeltelijk, hervat.
  2. Indien er sprake is van afwezigheid door zwangerschaps-/bevallingsverlof worden de vergoedingen conform lid 1 doorbetaald gedurende de kalendermaand waarin de afwezigheid is aangevangen en de eerst volgende kalendermaand. Daarna stopt de vergoeding indien de afwezigheid voortduurt. De vergoeding wordt hervat in de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de aios de werkzaamheden, als dan niet gedeeltelijk, hervat. De vergoedingen conform de leden 2 en 3 stoppen bij aanvang van het zwangerschapsverlof en worden weer hervat op het moment dat de aios de werkzaamheden hervat.

 

9. Vergoeding mediation
Voor de aios die op grond van artikel 44 van de Regeling Specialismen en Profielen Geneeskunst gebruik maakt van mediation of onafhankelijke bemiddeling bij een geschil, vergoedt de SBOH de door de aios te maken kosten voor deze mediation of bemiddeling.

 

10. Vergoeding hotelovernachting
Als de afstand tussen het woonadres van de aios en het adres van de opleidings-/stage-instelling of het adres waar het theoretisch deel van de opleiding plaats vindt meer is dan 75 kilometer enkele reis, kan de aios vanaf de maand juli 2018 maximaal 12 hotelovernachtingen per 3 kalendermaanden declareren tot een bedrag van € 50,- per hotelovernachting (voor logies en ontbijt). Tot en met de maand juni 2018 is dat 4 hotelovernachtingen per maand. De hotelovernachting dient tot doel te hebben dat de reisafstand tot een minimum wordt beperkt.