Nog even de uitkomsten in een notendop
De huisartsopleiding krijgt van aios gemiddeld een 7,2. Dat is een ruim voldoende en het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt is breed positief. Aios zijn tevreden over kernonderdelen als consultvoering, communicatievaardigheden en de begeleiding door hun huisartsopleider. Ook de mogelijkheid om persoonlijke leerdoelen op te stellen wordt hoog gewaardeerd. Het onderzoek wijst ook op aandachtspunten, waarbij aios en alumni benadrukken dat er voldoende aandacht moet blijven voor praktijkmanagement en voldoende kwalitatief medisch inhoudelijk onderwijs.
Wat valt jullie het meest op aan de resultaten van het Nivel-onderzoek?
Ester: “Wat mij het meest opvalt, is dat de opleiding als veilig wordt ervaren en dat er ruimte is om feedback te geven. Al blijft het belangrijk dat we hier voortdurend bij stilstaan als randvoorwaarde voor een goed leerklimaat. Ik vind daarnaast belangrijk dat alumni aangeven dat ze zich goed toegerust voelen om het huisartsenvak te kunnen oppakken. Gaaf dat je dat ook terugziet in de enquête.”
Maaike: “Mij valt op dat de tevredenheid over de medisch-inhoudelijke verdieping achteruit is gegaan in vergelijking met de vorige meting. Tegelijkertijd vindt 99% wel dat er voldoende aandacht is voor arts-patiëntcommunicatie en consultvoering. Ook heel belangrijk, maar ik denk wel dat de balans daarmee een beetje is doorgeslagen en dat aios wel vragen om meer vakinhoud en onderwijs door deskundigen. Ik zie het ook terug in de Lovah-enquête die we zelf net hebben gehouden. We gaan de resultaten nu eerst in de landelijke onderwijsbijeenkomst bespreken met de regionale onderwijscommissies."
Ester: “Ik snap dat we iedere keer goed moeten blijven kijken of wat we bieden op medisch-inhoudelijk gebied verrijkend en verdiepend genoeg is. Als je het aan de alumni vraagt, zit het er allemaal in. Heel veel medische inhoud leer je in de praktijk en verdieping vindt plaats in de leergesprekken met je huisartsopleider. Niet alle onderwerpen komen daardoor terug in het terugkomdagonderwijs op het instituut. Het is belangrijk dat we samen met aios, opleiders en docenten kijken hoe we de kwaliteit van medisch inhoudelijk onderwijs hoog kunnen houden, maar realiseren ons dat het nooit volledig zal zijn. De breedte van het vak en voortdurende ontwikkeling maakt dat we nooit zijn uitgeleerd.”
Aios voelen zich beter betrokken bij beleid en ervaren dat er meer wordt gedaan met hun feedback. Hoe zien jullie die verbetering?
Ester: “Dat komt ook zeker door de professionalisering van de Lovah. Vooral landelijk heb ik dat echt gezien. Als we gezamenlijk optrekken, versterkt dat elkaar. Ik zie daar al enorme verbetering vergeleken met een aantal jaar geleden. Naast de signalen die we van de Lovah krijgen, vind ik het ook belangrijk om te horen hoe opleiders en docenten dit ervaren. We pakken feedback zichtbaar op. Dat helpt om de drempel om je uit te spreken te verlagen. De ongelijkheid die nu eenmaal bij een opleidingsrelatie hoort, verdwijnt daarmee niet helemaal, maar er ontstaat wel meer ruimte voor een open gesprek.”
Maaike: “Ik zit zelf nog niet lang genoeg op de opleiding om echt al veranderingen te zien. Maar ik ben het zeker met Ester eens dat we beter zijn gaan samenwerken. Dat zie je bijvoorbeeld ook in de raad van advies. Daar hebben we als Lovah echt de indruk dat wat we zeggen, ertoe doet. Dus dat is wel heel prettig.”
Ester: “Ik ben ook trots op die verbeterde samenwerking. Als huisartsen moeten we goed leren samenwerken. Als we dat niet al in de opleiding doen, hoe kunnen we dan daarna het verschil maken in de praktijk? Om de eerstelijnszorg staande te houden, moeten we ons heel bewust zijn van onze positie. Ook hebben we veel geïnvesteerd in de koppelprocedure. Dat uit het onderzoek blijkt dat die nu zoveel beter wordt gewaardeerd, daar ben ik heel blij mee.”
En dan het opleidingsklimaat: 88% van de aios en alumni ervaart een veilig opleidingsklimaat. Ook blijkt dat het overgrote deel van de aios zich veilig voelt om feedback te geven aan de opleider of docent. Wat bepaalt nu voor een aios of je je veilig genoeg voelt om fouten en kritiek te bespreken?
Maaike: “Wat mij betreft gaat het erom of een opleider zich open opstelt, kritiek durft te ontvangen en zich ook kwetsbaar durft op te stellen. Ook de manier waarop een opleider feedback geeft, is belangrijk. Dat is voor mij ook wat de begeleiding door een huisartsopleider goed maakt: aandacht voor de persoon zelf, wederzijds respect en van elkaar kunnen leren. Het is natuurlijk altijd een samenspel. Je moet met elkaar in gesprek kunnen blijven. En mocht je er niet uitkomen en in die driehoek van aios, docent en opleider terechtkomen, dan is het belangrijk dat de aios zich echt als gelijkwaardige partner blijft voelen. Ik geloof er sterk in dat je alleen echt kunt leren als je jezelf ook helemaal veilig voelt. Daarom vind ik het belangrijk dat iedere aios, die zich niet veilig voelt, gehoord en serieus genomen voelt, weet waar diegene terechtkan.”
Ester: “En zeker als het niet lekker gaat. Dat is ook logisch, want je wordt beoordeeld en je bent er nog niet. Dat kan schuren en dan vraagt het van alle partijen om daar goed mee om te gaan. Hoe zorgen we dan dat iemand ook in staat is om negatieve feedback te geven en te ontvangen? Om veilig opleiden te bevorderen zijn we de afgelopen jaren bezig geweest voortgangsgesprekken in de driehoek met aios, opleider en docent gezamenlijk te voeren. In het onderzoek zie je terug dat deze gesprekken goed gewaardeerd worden. Dat vind ik echt heel tof.”
Maaike: “Als Lovah zijn wij ook heel erg bezig met veilig opleiden. Uit het onderzoek blijkt dat 36% denkt dat docenten onveilige situaties op de werkplek melden bij het instituut. En dat 67% zich veilig voelt om eerlijke feedback te geven via de LEOh (Landelijke Evaluatie Opleider huisartsgeneeskunde). Ik denk dat dit percentage zeker nog omhoog kan. Daaronder ligt voor mij dus die belangrijke vraag: Wat gebeurt er als het niet goed gaat? Is voor aios voldoende duidelijk waar ze terechtkunnen, hoe de procedures eruitzien en wat er vervolgens met signalen gebeurt?”
Een belangrijk aspect van de huisartsopleiding is het zelfsturend leren. Herkennen jullie de spanning tussen dat zelfsturend leren aan de ene kant en de vaste structuur van de opleiding aan de andere kant?
Maaike: “Het is bij aios niet altijd even duidelijk wat zelfsturend leren precies inhoudt. Wil je echt de brug slaan tussen de theorie en de praktijk dan is het belangrijk dat je de aios daarin meeneemt. Zodat ze ook begrijpen wat het precies inhoudt. En ik denk dat door dat te doen je de tevredenheid over zelfsturend leren misschien ook kunt verbeteren. Het is voor de Lovah dan ook een van de kernpunten van het komende jaar om te kijken hoe wij het zelfsturend leren op een passende manier verder kunnen ontwikkelen binnen de huisartsopleiding.”
Ester: “Mag ik daar iets op aanvullen? We moeten ons realiseren dat we dit pas de laatste twee jaar aan het implementeren zijn. Juist daarom ben ik er trots op dat het nu al zo wordt herkend en omarmd. Het zit als concept pas in het huidige LOP (Landelijk OpleidingsPlan). Dat het nog niet overal volledig is geland, klopt dus. En het zit in de vijf dagen van de week, niet alleen in het onderwijs op die ene dag op het instituut, maar ook in het leren in de praktijk. Alle betrokkenen, aios, opleiders en docenten zijn zoekende hoe we zelfsturend leren vormgeven en wat helpende kaders zijn.”
De huisarts over vijf of tien jaar werkt waarschijnlijk In de andere context dan nu. Tegelijkertijd blijkt uit het Nivel-onderzoek dat aios en alumni meer aandacht zouden willen voor bijvoorbeeld praktijkmanagement en de zakelijke kant van het vak. Wat moet een huisarts die nu wordt opgeleid daarom meer of anders leren?
Maaike: ”We moeten inderdaad voldoende uitgerust zijn om om te gaan met alle veranderingen die gaan komen, zoals technologische ontwikkelingen en veranderingen in de zorgvraag en het zorgaanbod. Kun je daar een perfect pad voor uitstippelen? Nee, dat denk ik niet. Maar ik denk dat er voldoende aandacht moet zijn in de opleiding voor de toekomst. Het Nivel-onderzoek laat dat ook zien waar toekomstige aandachtpunten liggen, bijvoorbeeld op onderwerpen als technologische ontwikkelingen, digitale consultvoering en planetaire gezondheid."
Ester: “Het lijkt een paradox dat hoewel er minder huisartsen praktijkhouder worden, er meer behoefte is aan onderwijs over praktijkmanagement. Maar dit sluit aan bij de werkelijkheid van de snel veranderende organisatie van zorg die jonge huisartsen zien aankomen en waar zij klaar voor willen zijn. Zelfsturend leren is daar ook voor in het leven geroepen. Want als jij niet al in je opleidingstijd leert je leerdoelen te stellen en regie te pakken, kan je ook niet inspelen op de maatschappij. Daarom zit die competentie er zo in en is er veel aandacht voor zelfreflectie in de opleiding. Hoe blijf ik heel in die veranderende maatschappij?”
Maaike: “Het LOP besteedt ook zeker aandacht aan de huisarts van de toekomst.”
Ester: “Ook nieuwe ontwikkelingen zoals technologie, AI, innovatie en academisering hebben daarin een plek. Tegelijkertijd moeten we onszelf serieus blijven nemen in verdiepend onderwijs. We moeten daarin in beweging blijven.”
Hoe zorgen jullie ervoor dat de opleiding ook daadwerkelijk blijft meebewegen met wat aios en de praktijk nodig hebben?
Maaike: “Daar is het goed om de resultaten van het Nivel-onderzoek bij te gebruiken. Door niet alleen te evalueren, maar ook zichtbaar iets met de uitkomsten te doen. Dat je zegt: ‘Kijk, dit hebben jullie aangegeven, dit gaan we vooral veranderen’.”
Ester: “Voor mij leidt het Nivel-onderzoek vooral tot zelfreflectie in de GEAR (Gecombineerde Evaluatie en AuditRonde). Dus deze data gaan wij gebruiken voor zelfevaluatie en zelfreflectie. Ook in de evaluatiegesprekken met aios, opleiders en docenten bespreken we wat we lokaal te doen hebben. Per domein komen we dan tot actiepunten en verbeterplannen.”
Maaike: “En lokaal kan ook weer van lokaal leren.”
Ester: “Zeker. Wat generiek is, pakken we landelijk op en daarnaast kijkt ieder instituut wat er lokaal nodig is. We hebben gelukkig een heel goed werkend samenwerkingsverband en werken op veel gebieden samen in landelijke werkgroepen. Landelijk uniformeren en lokaal uitrollen, laat ik het zo noemen.”
Tot slot, Maaike, op welke manier heeft de huisartsopleiding jou tot nu toe het meest veranderd of geholpen, persoonlijk en als arts?
Maaike: “Ik denk dat de huisartsopleiding mij sowieso enorm heeft verbeterd, zowel persoonlijk als in mijn werk als arts. Ik heb de ruimte gekregen om te kijken wie ik ben als persoon en wat ik daarvan meeneem als arts. Door mijn stages in bijvoorbeeld de gevangenis en het hospice heb ik meer maatschappelijke inzichten gekregen. In de gevangenis ontdekte ik dat ik betrokken wil zijn bij mensen in kwetsbaardere posities in de maatschappij. Daar ligt dus zeker een interesse. Ik merk dat ik meer open ben geworden, met meer ruimte om te luisteren en er voor mensen te zijn. Arts zijn is ook echt niet alleen maar medisch inhoudelijk. Het is zoveel meer dan dat. We hebben een prachtig vak en daar ben ik echt dankbaar voor.”
Ester: “Ik heb niks meer toe te voegen. Heel mooi, Maaike. Dit is precies wat ik hoop dat een aios aan het eind van de opleiding heeft meegekregen: dat je weet wat voor huisarts je wilt zijn en dat je je bekwaam voelt in je vak. Dat je in staat bent om goed klinisch te redeneren en te communiceren met de patiënt, dat vind ik heel belangrijk. Maar ook dat je in een leiderschapsrol verantwoordelijkheid kunt nemen in een praktijk. En de socialisatie vind ik belangrijk: hoe verhoud ik me tot mijn collega’s in de beroepsgroep en tot andere zorgprofessionals? Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een toekomstbestendige huisarts afleveren. Daar moeten we met elkaar voor blijven samenwerken; de opleidingsinstituten, opleiders, aios, SBOH. Hoe kunnen we samen die kwaliteit blijven leveren en innoveren? Wij staan met elkaar aan de basis van de kwaliteit van de huisartsenzorg in Nederland. Dit onderzoek laat zien dat we het met elkaar heel goed doen.”
Rapport Nivel: De kwaliteit van de huisartsopleiding in 2025