content header
22 januari 2026

Verslaving onder zorgverleners: tien tips om het bespreekbaar te maken

Werken in de zorg vraagt veel van mensen. Lange werkdagen, verantwoordelijkheid voor patiënten en emotioneel belastende situaties horen bij het vak. Soms zoeken zorgverleners, vaak ongemerkt, verlichting in alcohol, medicatie of andere middelen. Dat kan uitgroeien tot problematisch gebruik of verslaving.

Voor collega’s is het vaak moeilijk om dit bespreekbaar te maken. Schaamte, angst voor gevolgen en onzekerheid over ‘wat je wel en niet mag zeggen’ spelen daarbij een grote rol. Toch kan juist een collega het verschil maken.

Wij vinden het belangrijk dat aios en andere zorgverleners zich gesteund voelen bij dit soort zorgen. Daarom steunen wij ABS-zorgprofessionals, een onafhankelijke organisatie die zorgverleners ondersteunt bij vragen over middelengebruik en verslaving. Hieronder geven we tien praktische tips om zorgvuldig, respectvol en zonder oordeel het gesprek aan te gaan met je collega.

Tien tips om verslaving bespreekbaar te maken

  1. Bereid je goed voor
    Sta stil bij wat je precies hebt gezien of gemerkt. Gaat het om concreet gedrag, veranderingen in functioneren of opvallende gebeurtenissen? Hoe beter je voorbereid bent, hoe rustiger en duidelijker je het gesprek kunt voeren.

    Twijfel je of je observaties kloppen of hoe je het gesprek moet aanpakken? Bespreek je zorgen eerst vertrouwelijk met een deskundige, bijvoorbeeld met ABS-zorgprofessionals. Dat helpt om je gedachten te ordenen en valkuilen te voorkomen.

  2. Kies het juiste moment
    Ga het gesprek aan op een rustig moment, op een plek waar je ongestoord kunt praten. Vermijd gesprekken tijdens drukke diensten of in het bijzijn van anderen.

  3. Geduld
    Realiseer je dat er vaak meerdere signalen uit de omgeving of gesprekken nodig zijn voordat je collega erkent hulp nodig te hebben en/of te zoeken.

  4. Spreek vanuit jezelf
    Gebruik ‘ik’-boodschappen. Benoem wat jij hebt gezien en wat dat met jou doet, zonder te interpreteren of te beschuldigen. Bijvoorbeeld: “Ik merk dat ik me zorgen maak, omdat ik zie dat…”.

  5. Benoem concrete feiten
    Blijf bij waarneembaar gedrag en vermijd aannames of labels. Je hoeft geen diagnose te stellen. Het gaat erom dat je deelt wat jou is opgevallen. Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat je handen trillen” in plaats van “heb je een drankprobleem?”.

  6. Vermijd discussie over gebruik
    Geef je collega de ruimte om te reageren en emoties te uiten. Je collega kan ontkennen, boos of emotioneel worden tijdens het gesprek. Laat stiltes vallen, zodat de ander ruimte krijgt zich te openen.

  7. Toon betrokkenheid, geen oordeel
    Laat merken dat je het gesprek voert uit zorg en betrokkenheid, niet om iemand te controleren of te veroordelen. Een open en respectvolle houding vergroot de kans dat de ander zich gehoord voelt. Wees je ook bewust van je non-verbale communicatie.

  8. Ontkenning of erkenning
    Ontkenning of boosheid komt vaak voor. Dat betekent niet dat het gesprek zinloos is geweest. Soms heeft iemand tijd nodig om de boodschap te laten landen. Vraag door naar de achtergrond van het eventuele probleem en vraag door op feiten. Maak op korte termijn een nieuwe afspraak. Wil je collega geen vervolgstappen nemen, overweeg dan om vertrouwelijk met een derde, zoals je leidinggevende, een vertrouwenspersoon of ABS-zorgprofessionals, te overleggen. Erkent je collega het probleem, moedig dan aan om snel hulp te zoeken. Ook hiervoor kun je een gesprek plannen met ABS-zorgprofessionals.

  9. Maak heldere afspraken
    Bespreek hoe jullie de gemaakte afspraken vastleggen en wanneer jullie elkaar weer spreken om de voortgang te evalueren. Maak heldere afspraken over vertrouwelijkheid.

  10. Afsluiting
    Sluit af zoals je begon: benoem nogmaals dat je je zorgen maakt om je collega en/of de patiëntveiligheid. Wees je ervan bewust dat het gesprek voor jullie beiden mogelijk intensief was. Deel ook je eigen gevoelens open en eerlijk.

Waarom het gesprek zo lastig is
Veel zorgverleners herkennen signalen van problematisch middelengebruik niet of willen ze niet herkennen. Daar zijn verschillende redenen voor:

  • Schaamte en angst voor gevolgen voor werk of opleiding.
  • Gebrek aan ziekte-inzicht: signalen worden gebagatelliseerd of ontkend.
  • De neiging om voor anderen te zorgen, niet voor jezelf.
  • Loyaliteit aan collega’s en angst om iemand ‘te verraden’.

Juist daarom is het belangrijk dat collega’s weten hoe zij hun zorgen op een goede manier kunnen uitspreken.

Ondersteuning door ABS-zorgprofessionals
ABS-zorgprofessionals is gespecialiseerd in de begeleiding van zorgverleners met vragen over middelengebruik en verslaving. Zij bieden advies, ondersteuning en, waar nodig, begeleiding naar passende hulp.

Telefoonnummer: 0900 0168 (maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur)
Website: ABS-zorgprofessionals

Alle gesprekken zijn strikt vertrouwelijk. Anoniem contact opnemen is mogelijk. Je hoeft het niet alleen te doen.

Op de hoogte blijven van SBOH?

Meld je aan voor SBOH-nieuws!