Het proefschrift richt zich op spontane vroeggeboorte, een belangrijke oorzaak van neonatale ziekte en sterfte wereldwijd. De baarmoederhals speelt hierbij een centrale rol, zowel als mogelijke oorzaak van vroeggeboorte als marker van onderliggende pathologische processen. Meting van de baarmoederhals tijdens de zwangerschap is een sterke voorspeller van een spontane vroeggeboorte en vormt de basis voor het inschatten van het risico en inzetten van preventieve behandeling. Het doel van dit onderzoek was het evalueren van de de rol van baarmoederhalsmetingen en CL-gebaseerde interventies bij zwangeren met verschillende uitgangsrisico’s op spontane vroeggeboorte.
Bij zwangeren zonder eerdere spontane vroeggeboorte bleek universele baarmoederhalslengte-screening effectiever dan risico-gebaseerde screening, omdat een gerichte aanpak veel zwangeren met een korte baarmoederhals mist. Metingen van de baarmoederhalslengte identificeren vooral zwangeren met een verhoogd risico op zeer vroege vroeggeboorte (<32 weken). In gerandomiseerde studies was een cervixpessarium niet effectiever dan vaginaal progesteron bij zowel eenling- als meerlingzwangerschappen met een korte baarmoederhals.
Bij zwangeren die eerder een spontane vroeggeboorte bleef het risico op een nieuwe vroeggeboorte verhoogd, ongeacht de lengte van de baarmoederhals of zwangerschapsduur van eerdere vroeggeboorte. Ook hadden vrouwen met een baarmoederhalslengte van 26–30 mm een duidelijk hogere kan sop weer een vroeggeboorte. Een noodcerclage vóór 24 weken verlengde de zwangerschap significant ten opzichte van afwachtend beleid. Daarnaast bleek een pessarium niet gelijkwaardig aan cerclage bij vrouwen met een hoog risico op vroeggeboorte.
Dit proefschrift onderstreept het centrale belang van baarmoederhalsmetingen in zowel de voorspelling als preventie van spontane vroeggeboorte. De bevindingen pleiten voor baarmoederhalsmetingen voor alle zwangeren als standaardonderdeel van vroeggeboortepreventie.
Lees hier het hele proefschrift.