De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelt ieder jaar een beschikbaarheidbijdrage aan ons beschikbaar. Deze bijdrage is bestemd voor de kosten van het opleiden van aios. Het gaat daarbij onder andere om de kosten van het opleidingsinstituut, de vergoeding voor de opleider en het team van begeleiders, en van de centrale opleidingsactiviteiten. Ook de algemene administratiekosten, het salaris en de onkosten van de aios en de bijbehorende kosten voor de werkgever vallen hieronder. Van deze gemiddelde opleidingskosten trekt de NZa een bedrag af voor de arbeid die de aios tijdens de opleiding verricht bij de opleidingsinstelling (de zogenoemde valuteerbare arbeid).
De NZa heeft in 2025 een kostenonderzoek uitgevoerd naar de gemiddelde kosten van de opleidingen tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten en verslavingsarts. Als onderdeel daarvan heeft SiRM het kostenonderzoek 'kosten praktijkonderwijs cluster 1' uitgevoerd. Op basis van de door NZa vastgestelde beschikbaarheidsbijdrage en de uitkomsten van het kostenonderzoek hebben wij de tarieven voor de opleidingsinstelling bepaald.
Het tarief dat de opleidingsinstelling per aios ontvangt, bestaat uit een vergoeding voor de opleider waarop de bijdrage voor de valuteerbare arbeid in mindering is gebracht.
Opleidersvergoeding
- Wij betalen de opleidingsinstelling een opleidersvergoeding voor de begeleiding van de aios huisartsgeneeskunde door de opleider. De hoogte van deze vergoeding is:
- € 1.201,- voor materiële kosten per aios per maand;
- € 2.179,- voor kosten opleiding per aios per maand voor een eerstejaars aios huisartsgeneeskunde;
- € 2.069,- voor kosten opleiding per aios per maand voor een derdejaars aios huisartsgeneeskunde. - Alleen voor de begeleiding van een aios huisartsgeneeskunde geldt: als een opleider in de opleidingsinstelling onvrijwillig geen aios huisartsgeneeskunde heeft, is er sprake van frictieleegstand. Wij compenseren dit door het uitbetalen van een maandelijkse aanvulling op de reguliere opleidersvergoeding van € 53,- gedurende de periode dat er een aios huisartsgeneeskunde bij de opleidingsinstelling in opleiding is. Deze aanvulling kan worden beschouwd als buffer voor de momenten dat er geen aios huisartsgeneeskunde bij de opleidingsinstelling wordt opgeleid.
- De kosten van de RGS voor registratie als opleider worden door ons betaald.
Valuteerbare arbeid
- De opleidingsinstelling is aan SBOH een vergoeding verschuldigd voor de valuteerbare arbeid van de aios.
- De vergoeding voor valuteerbare arbeid bedraagt:
- €2.194,- (prijspeil 2026) per aios per maand voor een eerstejaars aios;
- €2.648,- (prijspeil 2026) per aios per maand voor een derdejaars aios.
Tarieven
- Wij trekken de vergoeding voor het werk dat de aios tijdens de opleiding bij de opleidingsinstelling verricht (de valuteerbare arbeid) af van de opleidersvergoeding. Dit leidt tot de volgende maandelijkse tarieven per aios:
a. Basisvergoeding aios huisartsgeneeskunde en overige aios € 622,- (prijspeil 2026);
b. Toeslag eerstejaars aios huisartsgeneeskunde € 564,- (prijspeil 2026);
c. Vergoeding frictieleegstand (alleen voor aios huisartsgeneeskunde) € 53,- (prijspeil 2026). - Wij betalen alleen een vergoeding aan de opleidingsinstelling voor aios die daar daadwerkelijk (een deel van) de opleiding volgen en waarvoor wij de beschikbaarheidsbijdrage ontvangen.
- Als een aios in deeltijd werkt, ontvangt de opleidingsinstelling toch altijd voor een voltijds aios de vergoeding. De vergoeding geldt per aios en is niet afhankelijk van hoeveel uur de aios werkt.
- Als de aios deeltijd ouderschapsverlof opneemt, dan ontvangt de opleidingsinstelling altijd voor een voltijds aios de vergoeding.
- Als de aios afwezig is wegens ziekte, dan ontvangt de opleidingsinstelling de eerste zes weken van het ziekteverzuim de volledige vergoeding. Pas na zes weken volledige ziekte stopt de vergoeding. Dit geldt voor iedere nieuwe ziekteverzuimperiode, tenzij er sprake is van aansluitend verzuim.
- Als de aios afwezig is wegens zwangerschapsverlof, dan ontvangt de opleidingsinstelling de eerste zes weken van de verlofperiode de volledige vergoeding.
- Wij betalen de vergoeding aan de opleidingsinstelling.
- Alle genoemde bedragen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de prijsindexcijfers t=0 gepubliceerd door het ministerie van VWS najaar t-1 op de website van de Rijksoverheid. Elk jaar publiceren wij de nieuwe tarieven op onze website.
Veelgestelde vragen
De NZa wilde de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor de opleidingen tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten en verslavingsarts opnieuw vaststellen met ingang van 2026. De NZa en SBOH zijn overeengekomen dat SBOH verantwoordelijk is voor onderbouwing van de hoogte van de kosten voor praktijkonderwijs. De NZa toetst de uitkomsten hiervan vanuit haar formele rol als toezichthouder. Ze moet aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kunnen motiveren dat de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage redelijkerwijs kostendekkend is en dat de subsidie alleen wordt besteed aan activiteiten binnen de reikwijdte van de beschikbaarheidbijdrage.
SBOH heeft SiRM gevraagd om haar te ondersteunen bij het in beeld brengen van de kosten van praktijkonderwijs voor deze vier opleidingen.
De uitkomsten uit het onderzoek van SiRM zijn overgenomen door de NZa en staan beschreven in de eindrapportage kosten praktijkonderwijs cluster 1 SBOH.
SiRM heeft per opleiding een werkgroep opgesteld bestaande uit opleiders, aios en belanghebbenden van de brancheorganisaties, waarmee SiRM het onderzoek uitvoerde. Op bepaalde onderwerpen werden vragenlijsten verspreid onder huisartsopleiders. Ook werd gebruik gemaakt van bestaande informatie over productie en begeleidingstijd van een eerder onderzoek met een vragenlijst en uitvraag onder huisartsopleiders (Vergoeden Verbeteren, 2024 uitgevoerd door SiRM in opdracht van de LHOV). Er sloten extra huisartsen aan bij het onderzoek om de conceptresultaten door te spreken en te testen op herkenbaarheid.
- Voorbereiding en werkgroepvorming: 2024
- Vragenlijsten en data-uitvraag: 2024
- Analyse en bespreking conceptresultaten: najaar 2024
- Definitieve oplevering aan NZa: uiterlijk 7 februari 2025
De nieuwe beschikbaarheidbijdrage is per 22 juli 2025 vastgesteld.
In de basis werd gekeken naar drie onderdelen:
- De kosten van de tijd van opleiders en anderen werkzaam in de praktijk of instelling.
- De kosten van het materiaal benodigd voor de aios, welke niet afhankelijk zijn van de hoeveelheid zorg die de aios levert.
- De opbrengsten uit valuteerbare arbeid van de aios.
Deze kosten zijn in kaart gebracht op basis van wat opleiders en aios hebben aangegeven. Via de werkgroep en het uitsturen van een vragenlijst werden gegevens verzameld over kamerhuur en andere materiële kosten. Er werd gebruik gemaakt van gegevens over productie en begeleidingstijd van een eerder onderzoek uitgevoerd door SiRM in opdracht van de LHOV met een vragenlijst en uitvraag onder huisartsopleiders (Vergoeden Verbeteren, 2024).
Ook heeft de werkgroep een inschatting gemaakt van het effect van de wijzigingen in het LOP Huisartsgeneeskunde 2024 op de benodigde begeleidingstijd.
Meer informatie over het onderzoek is te lezen in het rapport: eindrapportage kosten praktijkonderwijs cluster 1 SBOH.
- Werkgroep opgesteld met diverse betrokkenen uit het werkveld (aios, opleiders, brancheorganisaties)
- Rekenmodel vastgesteld
- In de basis werd gekeken naar drie onderdelen:
- De kosten van de tijd van opleiders en anderen werkzaam in de praktijk of instelling.
- De kosten van het materiaal benodigd voor de aios, welke niet afhankelijk zijn van de hoeveelheid zorg die de aios levert.
- De opbrengsten uit valuteerbare arbeid van de aios. - Hiertoe werden gegevens verzameld bij deelnemers uit de werkgroep, middels een vragenlijst onder huisartsopleiders en op basis van beschikbare gegevens uit eerder onderzoek ((Vergoeden Verbeteren, 2024, uitgevoerd door SiRM).
- Er werd met de werkgroep een inschatting van het effect van de wijzigingen in het LOP huisartsgeneeskunde 2024 op de begeleidingstijd gemaakt.
- Er sloten extra huisartsen aan om de conceptresultaten door te spreken en te testen op herkenbaarheid.
- SiRM bracht een eindrapport uit.
Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau SiRM. Er werd samen met belanghebbenden bij de opleiding, zoals brancheorganisaties en organisaties van opleiders, een werkgroep opgesteld. De werkgroep bestond uit meerdere praktijkopleiders verbonden aan verschillende opleidingsinstituten, aois en belanghebbenden van de brancheorganisaties LHOV, LHV en de Lovah.
Benodigde gegevens werden verzameld via deelnemers aan de werkgroep en door het uitsturen van een vragenlijst onder huisartsopleiders. Ook werd gebruik gemaakt van bestaande gegevens uit eerder onderzoek onder huisartsopleiders (Vergoeden Verbeteren, 2024 uitgevoerd door SiRM in opdracht van de LHOV). Er sloten extra huisartsen aan bij het onderzoek om de conceptresultaten door te spreken en te testen op herkenbaarheid.
In 2025 heeft de NZa een onderzoek uitgevoerd naar de kosten van de opleiding tot huisarts. Op verzoek van de NZa heeft SBOH aan SiRM gevraagd, onderzoek te doen naar de kosten van het praktijkonderwijs. In dit onderzoek zijn verschillende vertegenwoordigers vanuit het veld betrokken. Op basis van wat opleiders en aios hebben aangegeven, zijn de kosten van het praktijkonderwijs in kaart gebracht. Hieruit is gebleken dat de bijdrage die een derdejaars aios levert aan de omzet van de huisartsenpraktijk hoger is dan tot op heden werd aangenomen. De bijdrage die een eerstejaars aios levert aan de omzet is daarentegen naar beneden bijgesteld. De NZa heeft op basis van het totale kostenonderzoek de subsidietarieven voor de opleiding tot huisarts vanaf 2026 opnieuw vastgesteld. SBOH heeft vervolgens deze nieuwe tarieven vertaald naar nieuwe vergoedingsbedragen voor onder andere de opleidingspraktijken.
Frictieleegstand betekent dat je als huisartsopleider geen aios hebt maar wel kosten maakt. SBOH compenseert deze kosten voor frictieleegstand met een maandelijkse aanvulling op de reguliere opleidersvergoeding die je ontvangt als je wel een aios opleidt. Dit bedrag dient als een buffer voor de momenten waarop jij geen aios in de praktijk opleidt. De vergoeding voor fictieleegstand die huisartsopleiders ontvangen wordt per 1 januari 2026 verhoogd naar € 53,- per maand en dient dus als spaarpotje voor eventuele toekomstige periodes waarin de opleider geen aios in de praktijk opleidt.
Klik hier voor de uitleg.
Het door SBOH te vergoeden bedrag komt tot stand door de valuteerbare arbeid te verrekenen met de opleidersvergoeding. Dit betekent dat wij een netto vergoeding betalen aan de opleidingsinstelling. De opleidersvergoeding is opgebouwd uit verschillende variabelen.
Voor de begeleiding van derdejaars aios huisartsgeneeskunde en de begeleiding van aios niet-huisartsgeneeskunde ontvangt de opleidingsinstelling een vergoeding van € 622,- per maand.
Voor de begeleiding van een eerstejaars aios huisartsgeneeskunde ontvangt de opleidingsinstelling een vergoeding van € 1186,- per maand. Hierin is opgenomen een toeslag voor de begeleiding van een eerstejaars aios a € 564,-.
Voor de begeleiding van aios huisartsgeneeskunde geldt dat er aanvullend op de opleidersvergoeding een vergoeding voor frictieleegstand van € 53,- per maand wordt uitbetaald.