Huisartsopleiders
De hoogte van de vergoeding is hier terug te vinden op onze website.
Frictieleegstand houdt in dat een opleider geen aios in de praktijk heeft, maar wel kosten maakt. Het is voor ons niet mogelijk vast te stellen welke opleider onvrijwillig geen aios heeft. Daarom is tussen ons en de LHOV afgesproken deze frictieleegstand te compenseren met een maandelijkse aanvulling op de reguliere opleidersvergoeding. Dit kan worden beschouwd als een buffer voor de momenten dat de opleider geen aios in de praktijk opleidt.
Ja. De vergoeding aan huisartsopleiders wordt jaarlijks geïndexeerd.
Wij maken iedere maand € 40,- per 1 fte aios over aan de HDS van de huisartsenspoedpost. Deze vergoeding is bedoeld voor het verder verbeteren en ontwikkelen van de opleiding op de huisartsenspoedpost (onderwijs, verbetering van het onderwijsklimaat, onderwijsontwikkeling, onderwijsinnovatie en communicatie). Het geld wordt uitgegeven in overleg met de betrokken personen bij het opleidingsinstituut.
Ook voegen we iedere maand € 30,- per 1 fte aios toe aan het HDS-fonds. InEen, Huisartsopleiding Nederland en Schola Medica kunnen aanvragen doen aan dit fonds voor de financiering van projecten. Het gaat dan om projecten ter verbetering van de opleiding op het gebied van spoedzorg. Ook voor een HDS is het mogelijk een aanvraag bij het HDS-fonds te doen.
Voor een huisartsenpost is dit niet nodig.
In 2025 heeft de NZa een onderzoek uitgevoerd naar de kosten van de opleiding tot huisarts. Op verzoek van de NZa heeft SBOH aan SiRM gevraagd, onderzoek te doen naar de kosten van het praktijkonderwijs. In dit onderzoek zijn verschillende vertegenwoordigers vanuit het veld betrokken. Op basis van wat opleiders en aios hebben aangegeven, zijn de kosten van het praktijkonderwijs in kaart gebracht. Hieruit is gebleken dat de bijdrage die een derdejaars aios levert aan de omzet van de huisartsenpraktijk hoger is dan tot op heden werd aangenomen. De bijdrage die een eerstejaars aios levert aan de omzet is daarentegen naar beneden bijgesteld. De NZa heeft op basis van het totale kostenonderzoek de subsidietarieven voor de opleiding tot huisarts vanaf 2026 opnieuw vastgesteld. SBOH heeft vervolgens deze nieuwe tarieven vertaald naar nieuwe vergoedingsbedragen voor onder andere de opleidingspraktijken.
Opleidingsinstellingen
De hoogte van de vergoeding is hier terug te vinden op onze website.
De hoogte van de vergoeding is hier terug te vinden op onze website.
De hoogte van de vergoeding is hier terug te vinden op onze website.
Opleidingsinstellingen van aios M+G 1e fase betalen maandelijks een vergoeding van € 3.813,- per 1 fte aios aan SBOH. Dit bedrag is voor het maandelijkse werk dat de aios uitvoert bij de opleidingsinstelling.
De opleidingsvergoeding voor opleidingsinstellingen is maandelijks € 1.716,- per 1 fte aios. Hiervan is een klein deel van € 152,- voor de scholing van opleiders. De opleidingsinstelling ontvangt € 1.564,-.
Saldo van wat de opleidingsinstelling maandelijks aan SBOH terugbetaalt is € 3.813,- minus € 1.564,- = € 2.249,-.
Opleidingsinstellingen van aios M+G 2e fase betalen maandelijks een vergoeding van € 3.098,- per 1 fte aios aan SBOH. Dit bedrag is voor het maandelijkse werk dat de aios uitvoert bij de opleidingsinstelling.
De opleidingsvergoeding voor opleidingsinstellingen is maandelijks € 1.394,- per 1 fte aios. Hiervan is een klein deel van € 123,- voor de scholing van opleiders. De opleidingsinstelling ontvangt € 1.271,-.
Saldo van wat de opleidingsinstelling maandelijks aan SBOH terugbetaalt is € 3.813,- minus € 1.564,- = € 1.827,-.
Opleidingsinstellingen van aios forensische geneeskunde betalen maandelijks een vergoeding van € 3.813,- per 1 fte aios aan SBOH. Dit bedrag is voor het maandelijkse werk dat de aios uitvoert bij de opleidingsinstelling.
De opleidingsvergoeding voor opleidingsinstellingen is maandelijks € 1.716,- per 1 fte aios. Hiervan is een klein deel van € 152,- voor de scholing van opleiders. De opleidingsinstelling ontvangt € 1.564,-.
Saldo van wat de opleidingsinstelling maandelijks aan SBOH terugbetaalt is € 3.813,- minus € 1.564,- = € 2.249,-.
In 2025 heeft de NZa een onderzoek uitgevoerd naar de kosten van de opleiding tot huisarts. Op verzoek van de NZa heeft SBOH aan SiRM gevraagd, onderzoek te doen naar de kosten van het praktijkonderwijs. In dit onderzoek zijn verschillende vertegenwoordigers vanuit het veld betrokken. Op basis van wat opleiders en aios hebben aangegeven, zijn de kosten van het praktijkonderwijs in kaart gebracht. Hieruit is gebleken dat de bijdrage die een derdejaars aios levert aan de omzet van de huisartsenpraktijk hoger is dan tot op heden werd aangenomen. De bijdrage die een eerstejaars aios levert aan de omzet is daarentegen naar beneden bijgesteld. De NZa heeft op basis van het totale kostenonderzoek de subsidietarieven voor de opleiding tot huisarts vanaf 2026 opnieuw vastgesteld. SBOH heeft vervolgens deze nieuwe tarieven vertaald naar nieuwe vergoedingsbedragen voor onder andere de opleidingspraktijken.
Frictieleegstand houdt in dat een opleider geen aios in de praktijk heeft, maar wel kosten maakt. Het is voor ons niet mogelijk vast te stellen welke opleider onvrijwillig geen aios heeft. Daarom is tussen ons en de LHOV afgesproken deze frictieleegstand te compenseren met een maandelijkse aanvulling op de reguliere opleidersvergoeding. Dit kan worden beschouwd als een buffer voor de momenten dat de opleider geen aios in de praktijk opleidt.